in Nederlands, Text

woordenstroom

er zat een logica achter je twijfel, een inzicht in het te vermijden – dat wij allemaal weggaan lopen vliegen doorkruisen. de circulaire gedachte van een draaikolk die begint waar hij eindigt, het cijfer acht in ondraaglijke vervoering. en ge kwam onder de mensen, ge zei goeiendag, hoe gaat het, wel met mij goed. en dat was het niet, want in u heerst een gevecht een cannot compute van het bestaan zelf, een orkaan die af en toe opstaat en alle bomen alle huizen wegblaast, een puffende vulkaan, de ruimte buiten de dampkring buiten alles zelfs, voyager in de eindeloze leegte die wij slechts opvangen met foto’s en cijfers, make belief van een te begrijpen. natuurlijk is daar niets mis mee – wij zijn dieren zo slim en beperkt als ons parallelle dierenrijk maar zijn wij dan echt niet meer dan dat? een toevallige schepping, gekneed in gods hand – het beste wat we altijd zullen zijn, want zonder evolutie is er pas gelijkheid – en als dat zo is, wat dan? wat als ons best nog niet genoeg is – moeten wij dan naar de sterren reiken, hopen op een betere, lichtzinnigere dag? is dat dan hoe we moeten leven, dag in dag uit genietend niet kijkende naar morgisteren of een ander? elk een grot, een vuur en een televisie om ons mondjesmaat knock-out te schijnen: elk een zeepbel – spat ze, geen nood, wij blazen al vlug een nieuwe, om maar te zeggen: aardse zaken, waardig leven, uw tijd ten volle benutten – wat is dat en waarom zouden we?