in Nederlands

De conciërge

Er zijn zo’n momenten in een mensenleven wanneer je de balans opmaakt van wat je te verliezen hebt en welk ideaal het waard is om voor te strijden. Zo’n moment had ik al eerder gehad: wanneer ze het huis in beslag namen op mijn zestiende, wanneer mijn mes op de hals van een wilde hond twijfelde en zelfs nog later, wanneer de honger aan mijn ingewanden knaagde en het enige wat ik kon doen onderhoud was. Conciërge zijn van een gebouwencomplex is een uiterst eigenaardig beroep: wanneer de eigendomsakte van handen verwisseld, blijf je bij het gebouw als een ingehuurd spook. Wil men verandering doorvoeren of een plant verpotten, dan is het jouw kantoor waar ze hulp komen zoeken. Zo had ik meerdere bedrijven, huurders en eigenaars meegemaakt – tot ik tijdens een routinerondgang opmerkte wat men dacht te hebben verstopt. Versgemalen aarde ter grootte van een graf. Afval herplaatst om geen argwaan op te wekken. Nu weet ik dat iedere brave burger de politie zou bellen om vervolgens zijn handen in onschuld te wassen. Vertrouwen in de politie en de rechtsgang had ik niet: gegrift in mijn geheugen was de blauwe kap, de strenge tersluikse blik naar de matrak, de walkie-talkie en het pistool. Dus keerde ik terug naar mijn schuur, controleerde het uur en nam mijn schop. Het ding had al een hele tijd niets te doen gehad. Ter compensatie groef ik zes voet diep en kwam uit op een geïmproviseerde kist, gemaakt van pallet en flutnagels. En in dat graf lag een jongen van een jaar of twaalf. Bewusteloos, maar levend.

Toen had ik een keuze te maken, tijd nodig om mijn situatie te laten bezinken. Maar veel was er niet om over na te denken: een kuil zo diep als je hoog bent, dat vereist vastberadenheid en kan op zich dienen als antwoord op de vraag “waarvoor kies je?”. Dus bracht ik hem naar mijn vertrek en verzorgde zijn wonden. Wanneer hij wakker werd, vroeg ik naar wat er gebeurd was. Hij wist waarover ik sprak. Diezelfde nacht, wanneer de ochtend al begon te nevelen, zijn we vertrokken. En zie, zovele jaren later en mijn leven lijkt in het minst niet meer op dat wat het was. Dra verwacht ik nieuws van de geboorte van mijn kleindochter, in geest zo niet in bloed. En jij? Jij was beter niets te weten gekomen. Voor wat ik heb en jij weet, daarvoor dood ik.

Reageer

Comment